Blog Jenny Wildenbos: Nu echt aan de slag met basiszorg!

Voor gemeenten blijft het een uitdaging om voldoende kwalitatieve ondersteuning te bieden én binnen de budgetten te blijven. Daarom zoeken veel gemeenten naar mogelijkheden om hulp zo lokaal en laagdrempelig mogelijk te organiseren; zo veel mogelijk vanuit persoonlijk netwerk, vrijwilligers, mantelzorgers en waar nodig met vrij toegankelijk aanbod vanuit de eerste lijn.
Voor de ambitie om zorg en ondersteuning dichter bij de inwoner te organiseren zijn in veel gemeenten sociale wijkteams opgezet. De gedachte hierachter is dat krachten en kansen in de directe omgeving van de inwoner zo beter worden benut. Bovendien beschikken wijkteams over korte lijnen met lokale samenwerkingspartners, waardoor integraal aanbod mogelijk is.

Gepubliceerd op: 24 september 2018

Mooi op de tekentafel, maar de praktijk voegt zich niet als vanzelf wanneer je het werkveld anders inricht. Hoe zorg je er nu werkelijk voor dat de eerstelijns vrij toegankelijke voorzieningen en ondersteuning van wijkteams (hierna genoemd ‘basiszorg’) beter wordt benut én dat samenwerking en integraal aanbod op wijkniveau daadwerkelijk plaatsvindt?

In de huidige praktijk signaleer ik een aantal belemmeringen waarvoor ik tevens een aantal kansen zie.

 

De niet lerende basiszorg
Tweedelijnszorg (als maatwerkvoorziening) wordt in principe pas ingezet als de basiszorg geen passende oplossing biedt. De reden dat die basiszorg niet past is minder vaak gelegen in de specifieke situatie van een zorgaanvrager, maar geldt vaak generiek voor meerdere zorgvragers en hun situatie.

Een overzicht van deze wederkerende mismatch ontbreekt echter. Wanneer je aanvragen voor maatwerkvoorzieningen alleen op individueel niveau beschouwt, zie je mogelijkheden voor structurele oplossingen juist over het hoofd. Als gevolg hiervan wordt de algemene toegankelijkheid van de basiszorg niet verbeterd.

De weerbarstige werkelijkheid van basiszorg
Tweedelijnszorg is relatief overzichtelijk gespecificeerd en gespecialiseerd. Basiszorg is juist behoorlijk diffuus en gedifferentieerd. Bovendien zijn lokale sociale kaarten die het voorzieningenaanbod beschrijven al achterhaald voor ze compleet zijn. Hierdoor is het voor wijkteams en hun samenwerkingspartners (zoals huisartsen, scholen etc.) ingewikkelder om behoeften van inwoners te koppelen aan dit aanbod. Dit leidt ertoe dat deze partners eerder geneigd zijn om te denken aan tweedelijnszorg wanneer een zorgvraag buiten hun eigen vakgebied valt. Lokale voorzieningen hebben op hun beurt meestal (nog) weinig ervaring met de behoeften van complexe doelgroepen. Door deze onbekendheid aan beide zijden wordt vaker dan nodig voor tweedelijnszorg gekozen.

De kenniskloof tussen basiszorg en tweedelijnszorg
De onbekendheid met de lokale sociale kaart geldt vaak ook voor aanbieders van tweedelijnszorg. Temeer omdat ze (van oudsher) vaak stads- of regiobreed werken en hun wortels daadwerkelijk minder in de wijken hebben. In het geval van individuele begeleiding leveren zorgaanbieders bijvoorbeeld soms een volledig pakket ‘aan huis’. Als gevolg hiervan zijn deze zorgaanbieders - en hun cliënten dus ook - minder verbonden met de voorzieningen die wijken te bieden hebben. Inwoners kunnen hierdoor ongewenst meer afhankelijk worden van ‘zorg aan huis’ van een vaste hulpverlener dan nodig is. Hierdoor wordt de afstand tot de wijk en diens voorzieningen juist onbedoeld vergroot.

De financiële kloof tussen basiszorg en tweedelijnszorg
Zorgvragen worden over het algemeen vrij zwart-wit bekeken, ze vallen ofwel onder basiszorg ofwel onder tweedelijnszorg. Er kan weliswaar ‘opgeschaald en afgehaald’ worden, maar daar zit vaak een lange periode tussen. Een flexibele tussenvorm is vaak niet mogelijk of financieel ingewikkeld of zelfs nadelig. Een nadeel hiervan is dat zorgvragen die de basiszorg net ‘overvragen’ noodzakelijkerwijs volledig overgedragen worden naar tweedelijnszorg. Ook het afschalen naar basiszorg vindt hierdoor minder vaak of minder snel plaats dan wenselijk zou zijn.

Aan de slag met leren, verbinden en overbruggen!
De hierboven beschreven punten veroorzaken een stagnatie in de toegankelijkheid en het gebruik van de basiszorg. Daarnaast blijft de drempel bestaan om zorgtrajecten van tweedelijnszorg over te dragen naar basiszorg. Wanneer we hierbij optellen dat de budgetten voor Wmo en Jeugdzorg in de toekomst zullen gaan afnemen, dan is het belangrijk ons te richten op de vraag hoe we formele zorg en basiszorg op lokaal niveau beter op elkaar kunnen afstemmen. Dus het verbinden van basiszorg met de tweedelijnszorg, ieder zijn specialisme erkennen, versterken en waar nodig voor elkaar invliegen. Gezamenlijk beter inspelen op de behoeften (én de krachten) van inwoners. Problemen niet negeren maar anders oplossen. Hier zijn meer mogelijkheden dan we nu daadwerkelijk benutten.

Stimuleer het lerend vermogen van basiszorg
Het verkrijgen van een overzicht van Individuele maatwerk-aanvragen voor tweedelijnszorg maakt duidelijk wat er nodig is om basiszorg tot een beter alternatief te maken. Juist door belemmeringen die zorgvragers ervaren te inventariseren en te vertalen naar lokale oplossingen kunnen toekomstige hulpvragen beter opgevangen worden door de basiszorg. Bijvoorbeeld door losse maaltijdvoorzieningen of vervoersvoorzieningen te faciliteren voor dagbestedingsmogelijkheden, wanneer de keuze voor dagbegeleiding (als maatwerkvoorziening) wordt ingegeven door het feit dat er een warme maaltijd en/of vervoer inbegrepen is. Het ondersteunen van bestaande wijkgerichte initiatieven zoals ‘de buurtmobiel’ helpt ook. Zo kan zorg wellicht langer laagdrempeliger en dichter bij huis plaatsvinden.

Organiseer basiszorg dichter bij de vraag
Organiseer spreekuren van wijkteams op scholen of huisartspraktijken dicht bij samenwerkingspartners zoals scholen of huisartspraktijken. Zo overbrug je de kenniskloof rond de mogelijkheden van de basiszorg. Wijkteams kunnen op locatie van de partners zelf ondersteuning beschikbaar maken en krijgen hierdoor meer zicht op welke basiszorg moet worden ontwikkeld of waar moet worden opgeschaald. De partners zullen met deze brugfunctie minder snel een beroep doen op tweedelijnszorg door problemen aan te pakken met basisvoorzieningen.

Sla de brug tussen tweedelijnszorg en lokale voorzieningen
Zorg voor een verbinding tussen tweedelijnszorg en de lokale sociale kaart. Door zorgaanbieders wegwijs te maken in het voorzieningenaanbod in wijken (budgetcursussen, sorteergroepen, burenhulpdiensten, sociale vaardigheidstrainingen en cursussen rondom opvoeding of geestelijke gezondheidszorg), worden die lokale oplossingen beter benut. Deze aanpak creëert bovendien kansen om kwetsbare inwoners te activeren en meer met hun woonomgeving te verbinden.

Flexibel schakelen tussen basiszorg en tweedelijnszorg
Doorlopende afstemming met tweedelijns zorgpartijen, zowel op inhoud als procesniveau, is de moeite waard. Maak flexibel schakelen tussen de eerste en tweede lijn mogelijk. Of faciliteer samenwerking waarbij de tweede lijn dichter bij de wijkteams georganiseerd is of laat tweedelijns zorgverleners taakgericht meekijken dan wel een consultfunctie bieden aan wijkteams. Door laagdrempelig (informeel) elkaars expertise in te roepen verlagen we ook de drempel om zorgtrajecten (weer) over te dragen naar basiszorg.

De doorontwikkeling van de basiszorg staat in de steigers, maar is nog niet voltooid. Een voltooiing hiervan is niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk om te zorgen voor passende ondersteuning voor kwetsbare inwoners waarbij er binnen de samenleving voldoende draagvlak is, en blijft, voor de kosten. Gemeenten hebben goede stappen gemaakt, maar moeten nu doorpakken om het te verzilveren.

Jenny Wildenbos

Jenny Wildenbos is consultant en onderzoeker bij Lost Lemon en onder andere betrokken bij Ondersteuning Passend Zorgaanbod (OPaZ). Binnen dit programma van VWS onderzoekt Lemon Lab welke behoeften gezinnen met een meervoudige hulpvraag hebben en hoe de ondersteuning aan hen beter kan aansluiten.

Meer weten? Neem dan contact op met Jenny via info@lostlemon.nl

U bent hier